Skip to content
Inzicht

Waarom kleurgebruik meer is dan 'zwart is verdrietig'

Leestijd:
5 minuten
20 August 2026
Miquel Moonen
Kleurgebruik |Observeren |Tekeninglezen

Zwart is verdrietig. Toch?

Zwart is verdrietig. Rood is boos. Geel is vrolijk en blauw is rustig. Misschien heb je zulke betekenissen weleens gehoord wanneer het over kindertekeningen gaat. Het klinkt ook lekker overzichtelijk. Je ziet een kleur, zoekt op wat die betekent en weet vervolgens iets meer over de tekening.

Alleen werkt kleur helaas, of misschien juist gelukkig, niet zo eenvoudig.

Kleur kan zeker interessant zijn in een kindertekening. Soms zelfs heel interessant. Maar daarvoor wil ik veel meer weten dan alleen welk kleurpotlood een kind uit de doos heeft gepakt.

Kleur doet iets met ons

Dat kleuren iets met ons doen, merken we overal. We kiezen kleuren voor onze kleding en ons interieur, bedrijven gebruiken ze bewust in logo's, verpakkingen en reclame en sommige kleuren vinden we prettig terwijl andere ons juist tegenstaan.

Daar zit alleen meteen een moeilijkheid. De associatie die jij bij een kleur hebt, hoeft niet dezelfde te zijn als die van een kind.

Neem zwart. Wij kunnen zwart associëren met rouw, dood of somberheid. Maar ook met kracht, elegantie, nacht, een favoriete voetbalclub of gewoon met het feit dat een zwarte fineliner heel fijn tekent.

Als ik mijn eigen associatie direct op de tekening van een kind leg, loop ik dus het risico dat ik vooral mijn eigen verhaal lees.

Welke kleur is gebruikt, is pas het begin

Wanneer ik naar kleurgebruik kijk, noteer ik natuurlijk welke kleuren ik zie. Maar veel interessanter wordt de vraag hoe die kleuren gebruikt zijn.

Stel dat drie kinderen alle drie zwart gebruiken. Het eerste kind trekt met zwart alleen de contouren van een kleurrijk huis. Het tweede tekent met een zwarte fineliner allerlei kleine, nauwkeurige figuren. Het derde kleurt met veel druk een groot vlak helemaal zwart.

Op papier staat bij alle drie de kleur zwart. Toch zie ik drie totaal verschillende manieren van tekenen.

Daarom kijk ik bijvoorbeeld naar hoeveel van een kleur gebruikt wordt, waar die terugkomt, of een kleur gecombineerd wordt met andere kleuren en hoe ermee getekend is. Ook verhoudingen zijn interessant: valt één kleur enorm op of is hij maar een klein onderdeel van het geheel?

Dat zijn allemaal observaties. Ze vertellen me nog niet waarom een kind iets heeft gedaan.

Kijken is nog geen interpreteren

Dat onderscheid vind ik belangrijk. Je kunt zien dat een kind een groot gedeelte van het papier rood heeft gekleurd. Je kunt zien dat daarbij veel druk is gebruikt. En je kunt zien dat dezelfde kleur op meerdere plekken terugkomt.

Dat betekent nog niet dat je kunt zeggen: 'Dit kind is boos.'

Tussen zien wat er op papier gebeurt en begrijpen waarom het daar gebeurt, zitten nog heel wat stappen.

Je kijkt bijvoorbeeld naar andere elementen in de tekening, naar wat bij de leeftijd en tekenontwikkeling van het kind past, naar patronen die misschien vaker terugkomen en naar de omstandigheden waarin de tekening is gemaakt. Daarna is er ook nog het verhaal van het kind zelf.

Juist het leggen van verbanden tussen al die informatie maakt tekeningen lezen zoveel interessanter dan het opzoeken van losse kleurbetekenissen.

Verandering kan interessanter zijn dan de kleur zelf

Soms is niet de gekozen kleur het eerste wat mijn aandacht trekt, maar een verandering.

Een kind dat altijd uitbundig met allerlei kleuren tekent en ineens een periode alleen nog met één potlood werkt, laat iets anders zien dan een kind dat altijd al het liefst in zwart-wit schetst.

Ook dat betekent niet automatisch dat er iets aan de hand is. Kinderen ontwikkelen zich. Ze ontdekken nieuwe materialen, krijgen andere interesses en proberen stijlen uit.

Maar veranderingen en herhaling kunnen wel aanleiding zijn om beter te kijken. Zeker wanneer er tegelijkertijd ook andere dingen veranderen in tekeningen, gedrag of omstandigheden.

Een losse kleur is daarmee één momentopname. Een patroon kan meer vragen oproepen. Maar ook een patroon heeft context nodig voordat je er betekenis aan kunt geven.

Wat kun je zelf eens proberen?

Pak de volgende keer dat een kind je een tekening laat zien niet meteen één kleur eruit. Kijk eerst eens wat er met kleur gebeurt in de hele tekening.

Welke kleur zag je als eerste? Waarom viel juist die op? Wordt die kleur veel gebruikt of springt hij eruit tussen andere kleuren? Zie je hem op meerdere plekken terug? Zijn sommige onderdelen wel ingekleurd en andere niet? En wordt overal op dezelfde manier gekleurd?

Je hoeft nog helemaal niet te weten wat dat betekent.

Het doel is eerst ontdekken wat er werkelijk op het papier staat. Vaak zie je bij een tweede of derde blik al veel meer dan bij de eerste.

Dus... betekent zwart verdriet?

Het kan onderdeel zijn van een tekening waarin verdriet een rol speelt. Net zoals rood onderdeel kan zijn van een tekening waarin boosheid een rol speelt.

Maar daarmee betekent zwart niet automatisch verdriet en rood niet automatisch boosheid.

De kleur vertelt pas iets wanneer je ziet hoe hij wordt gebruikt, welke andere elementen er zijn, hoe die zich tot elkaar verhouden, wat bij de ontwikkeling van het kind past en wat het kind zelf vertelt.

Kleur is dus geen woordenboek waarin iedere tint zijn eigen vertaling heeft.

Het is één van de puzzelstukjes.

En hoe beter je leert zien wat er met dat puzzelstukje gebeurt, hoe interessanter de vragen worden die je over de rest van de tekening kunt stellen.